Albert Heijn, Dirk van den Broek, V&D, LIDL en Hema worden geconfronteerd met het hoofddoek probleem!

Moslima’s aan de kassa of loket met hoofdbedekking als islam reclame!
Euroislam
In onze tijd zijn we getuige van de zelfuitroeiing van de Europese beschaving. De moslimbevolking jaarlijks met 8,7% blijft doorgroeien en stijgt hun aandeel van krap naar 17% in 2020, 37% in 2035. De meest beangstigende cijfers komen uit West-Europa. In Nederland zal het aantal islamieten zich zelfs meer dan verdubbelen. Een laag geboortecijfer, gecombineerd met massale moslim immigratie en een vastbesloten islamitische aanhang (links + christenen die Nederland, haar bevolking en cultuur om zeep willen helpen) veranderen de geboorteplek van de westerse beschaving in een graf.
In de grootste steden van Nederland -Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht- is Mohammed (inclusief de variaties Mohamed , Mehmet, Muhammad) nu al de meest gekozen babynaam. Het probleem is dat de snelst groeiende bevolkingsgroep in Europa tevens de meest anti_Europees is
De grootste moskeeën van de vijandelijke grootmachten worden in Nederland gebouwd, in ons eigen groene, weelderige en waterrijke landschap. Meest gevaarlijke moslims worden naar Nederland geëxporteerd. De meeste van deze “moslims” hebben een dubbel paspoort, wijzen onze westerse samenleving af. Deze nachtmerrie is een bedreiging voor de Nederlanders. Het is dan ook niet moeilijk te bedenken hoe de confrontatie tussen de Europeanen en dit soort vijandelijke indringers zal aflopen. De moslim Broederschap, Hezbollah, Diyanet, Milli Gorus, Fethullah enz..enz..zijn nu al de baas in de meeste Europese moskeeën. Europa loopt daarom het enorme risico alle kostbare elementen van onze beschaving kwijt te raken.
Islamieten in aparte uniform binnen de Nederlandse gemeentehuizen, ministeries, scholen: dit soort ontwikkelingen leveren ons geen voordeel, maar ellende, zoals we zien uiteindelijk in al de moslimlanden, al 1400 jaar. Het symbool hoofddoek is een teken waarbij geen natuurlijke relatie bestaat tussen de vertegenwoordiging van het teken en de betekenis die ermee wordt uitgedrukt. Onder leiding van allerlei politici, organiseren veel bedrijven en overheid instellingen hoofddoekbrigades met de belastinggeld. Hoofddoek -brigades van deze corrupte, in de ogen van de moslims een symbolisch ijzeren gordijn die moet voorkomen dat moslims worden besmet met westerse waarden als, democratie, gelijkberechtiging, scheiding van kerk en staat, emancipatie e.d. Deze praktijken van de grote bedrijven en overheidsinstellingen betekenen de capitulatie voor het streven van de externe mogendheden die met behulp van de straatterreur islamitische apartheidssteden willen vestigen.
Het is triest dat moedige vrouwen zelfs in landen als Pakistan, Afghanistan, Irak, Turkije, Libie, Egypte, Libanon, Iran, Soedan, Saudi Arabie, Katar met gevaar voor leven hun hoofddoek afleggen en daarin niet worden gesteund door de Nederlandse vrouwen, laat staan islamitische vrouwen in het vrije westen. Op meer plaatsen wordt juist belastinggeld gebruikt om religieuze intolerantie en seksuele apartheid te bevorderen. Veel grote gemeenten stoppen miljoenen geld in voor vrouwen en mannen gescheiden informatieloketten, die worden ondergebracht in door de moslims gecontroleerde gebouwen, verboden gebieden voor de Nederlanders. Hoofddoekbrigade zegt: mijn hoofddoek is een uiterlijk teken (symbool) dat mijn aanhankelijkheid voor de islamitische leer (het geloof) aangeeft die mij oproept om mee te doen in deze samenleving (participatie), maar dat is wat anders dan integreren. Ze dragen dus een hoofddoek met als doel een ideologie te dienen, een ideologie die ook voor een staatkundig streven staat.

Het kenmerk van onderdrukking zit hem in de aanvaarding en verdediging hiervan voor eigen bescherming. Het is de pijnlijke waarheid dat door links niet onderkend wordt: de islam van de islamisten is gericht op het hiernamaals, het leven op deze planeet is tijdelijk en dus niet van belang, niet-islamitische samenlevingen dienen daarom te worden vernietigd. Daartoe is de onderdrukking van mensen het eerste doel, in het bijzonder de onderdrukking van vrouwen. Links “kritisch” Nederland wordt wakker !
Een uniform met de hoofddoek dat nu nog in islamlanden met harde hand wordt opgelegd: De Saudies, bang om rechts ingehaald te worden door de ayatollahs, hebben vervolgens overal in Saoedi-Arabië de hoofddoek dwingend opgelegd. En omdat Saoedi-Arabië leidend is in de islamitische wereld, zag je als gevolg daarvan in de jaren 80 overal in de islamitische wereld hoofddoekjes verschijnen. Zweepslagen in Iran, Pakistan, Afghanistan, Nigeria en Soedan, Libië, Egypte etc. etc..; zwavelzuur in het gezicht in Algerije, Marokko, geweerschoten in Kashmir, brutalisering in Afghanistan, Pakistan, Jemen enz. Die landen tonen aan dat baas over eigen hoofd zeker geen gewone naturelle ontwikkeling is. De vrouwen in de westerse wereld voor ons hebben gevochten voor vrijheidsrechten van de vrouw. En nu zullen wij deze wel even om zeep helpen door een Hoofddoek te dragen. PVDA, CDA, D66, GL en SP moeten ook de verantwoording nemen voor wat er achter de hoofddoek schuil gaat namelijk waar je zelf voor gestreden hebt en dat is vrouwen mishandeling, vrouwen onderdrukking en de expressie om vrouw te zijn. Beseffen deze partijen niet dat er miljoenen vrouwen zijn die dit kledingstuk geheel onvrijwillig moeten dragen omdat ze anders worden afgeranseld, dat ze zonder die doek niet naar buiten mogen, dus opgesloten zitten. Het is geen vrije keus van de dames, als ze dat zelf beweren, is het hersenspoeling! Geweldig. Waarschijnlijk roepen ze ook op tot meer huiselijk geweld (want vrouwen die niet doen wat hun mannen willen verdienen klappen), meer kranten voor de ramen (vrouwen die gewoon naar buiten mogen kijken zorgen alleen maar voor overlast). Dit alles omdat mannen die zichzelf moslim noemen zich niet kunnen beheersen als ze vrouwenvlees zien. De bedekking van vrouwen is ontstaan omdat rover hoofdmannen jaloers waren en elkaar vrouwen probeerde te roven niet meer en niet minder. Het zijn de moeders in de Arabische wereld die hun zonen opvoeden en hun tot macho s en prinsen creëren en verwennen, waardoor zij al op jonge leeftijd een super macht binnen de familie zijn.
Zij hebben voor 100% controle over hun zusjes ook al zijn die ouder. Moeders waren betrokken bij eerwraak op haar dochters zonder n hand uit te steken om hun leven te beschermen.
En dat is de trieste waarheid van jonge meisjes, die de wetten van de ouderlijke macht niet respecteren en dat uiteindelijk met de dood moeten bekopen.
Het vermoorden van meisjes wordt uitgevoerd door jonge broers waarvoor de gevangenis straf door hun jeugdigen leeftijd milder uitvalt.
Grote bedrijven, onder druk van de politiek en christelijke verraders, voeren het hoofddoekje in om explosief groeiende moslims vriend te houden, maar vergeet niet dat een hoofddoek politieke islam symboliseert.
We willen ons voedsel kunnen kopen in een Nederlandse winkel, waar we niet worden geconfronteerd met reclame voor de islam. AH, van den Broek en Lidl moeten neutrale winkels worden, waar we geen reclame aan de kassa maken voor een meer dan treurig systeem als de islam. Verstandig zou zijn, alle uitingen van deze politieke ideologie te schrappen

De islam is wel een punt vanwege de overheersingdrang,de ongelijkwaardigheid van man en vrouw en de haat in de koran/hadith naar alle niet-moslims. Eigen dokters,eigen politie, eigen school, ook nog dan moeten ze voortaan ook alleen nog maar uitkeringen aanvaarden uit eigen land van herkomst;is dat ook weer recht getrokken.

Net zo min als we iemand in Nazi-uniform achter de kassa bij AH willen zien, willen we islamreclame van uit uw personeel. Dit is puur uitroeiing van de autochtone bevolking. Op deze manier worden islamitische wijken in Nederland in rap tempo steeds groter. Ze verplichten door hun parasitaire gedrag overheden, Albert Heijn, LIDL, Dirk van den Broek managers via de belastingbetaler, zelf de ondergang te subsidiëren van het land dat ze hebben geadopteerd. Dat is de grootste gevaar:door het import van nog meer moslims die niet voor arbeid inzetbaar zijn, gaat dit land ten onder. Jarenlange ongebreidelde invoer van kansarme vijandelijke mensen roept weerstanden op. Met de toename van islamitische kleding gaat u binnenkort honger lijden: alle supermarkten, speciaal in bepaalde stadsdelen, hebben caissières met hoofddoeken. Het moet gewoon afgelopen zijn met die on-Nederlandse kleding. Ze zijn hierheen gekomen omdat het leven hier gemakkelijker is dan in hun land van herkomst, om dat hier uitkeringen zijn en – voor hun – gratis gezondheidszorg, gratis huisvesting, gratis voedsel en kleding en omdat ze later hun familie kunnen laten overkomen om van dezelfde gratis voorzieningen te kunnen profiteren.
Omdat ze niet voor de vrijheid komen, hebben ze hun achterlijke leef- en kleedgewoonten meegenomen. En die worden gedoogd door dit wegens hun koloniale verleden met schuldgevoelens overladen  Europese volk.
Het is een kwestie van de schuldcultuur van een christelijk volk versus de schaamtecultuur van de islamitische immigranten.
Daarom geven we ze gratis geld, goederen en diensten en daarom tolereren we hun middeleeuwse zeden en gewoonten en de toenemende impact daarvan op onze eigen cultuur. Het negeren van de problemen en een zondebok benoemen voor eigen falen lost de problemen niet op. Het islamitisch geloof vernedert vrouwen en beledigt daarmee de westerse vrouw. Vrouwen die na de overgangsperiode van 5 jaar nog steeds liever toonbaar islamitisch zijn (dit in tegenstelling tot alle andere geloofsovertuigingen die je niet aan de buitenkant kunt zien) moeten naar een islamitisch land verhuizen waar hun normen gewoon zijn. Als we eindelijk eens onze poot stijf houden en zeggen: “Hier in Nederland zijn burqa’s en hoofddoeken niet gewenst, u dient zich “godsdienst neutraal” te kleden, dan denk ik dat al die mannen die nu hun vrouwen dwingen in die dingen te lopen nog een keer nadenken. Helaas is het nu overduidelijk dat ze ons uitkeringsparadijs niet zullen verlaten met hun achterlijke ideeën, maar we hebben in ieder geval ons seculiere land, wat betreft straatbeeld weer terug. Als die vrouwen eenmaal geproefd hebben van de vrijheid krijg je ze hopelijk die lappen niet meer in. Behalve de psychiatrische gevallen natuurlijk: godsdienstfanaten zul je altijd hebben. We moeten niet langer pikken dat onze seculiere openbare ruimte bezet wordt door agressieve godsdienstfanaten. We eisen de ruimte terug! Hoofddoek en burqa de wereld uit te beginnen uit Nederland! Kom op meiden bestook uw politieke partij! Alle vrouwen moeten zich weerbaarder opstellen jegens de perversies van de islam.
Zolang je nog een Marokkaans, Turks of wat voor paspoort ook hebt, kunt u beslist niet integreren. Nu kun je je afvragen wat zoek je dan in Nederland,die vraag blijft niet lang onbeantwoord. Gewoon afschaffen dat hele islamitische immigratie beleid dan hebben we ook geen last meer van de enorme kosten en verloedering van ons land.
Vrouwen gaan al eeuwen gebukt onder de tirannie van de islamitische leer. Deze mannen-cult van het ergste soort. Het is een aberratie. Een gruwel. Deze racistische, discriminerende, onderdrukkende en mensvijandige ideologie verpakt in cultuur en religie is het ergste wat ooit is uitgevonden om mensen te knevelen. Je kan er eigenlijk met je pet niet bij hoe het bestaat dat men zoiets heeft kunnen bedenken, laats staan voortwoekeren al die eeuwen. De islam is verschrikkelijk en moet liefst helemaal uit onze samenleving worden verwijderd.

Please follow and like us:

30 thoughts on “Moslima’s aan de kassa of loket met hoofdbedekking als islam reclame!

  1. Wow, ik had dit in mijn manifest moeten zetten. Hopelijk ga je net als mij bij een jeugdbeweging 70 kinderen doodschieten, je hebt in ieder geval dezelfde ideeen als mij

  2. Liever een ,meestal perfect opgemaakte , jonge vrouw met hoofddoek dan een kauwgom kauwend meisje.Die meisjes hebben nogal eens de neiging om iedereen met je en jou aan te spreken.

  3. Was altijd in de veronderstelling dat het doekje met islamisering te maken had, nu blijkt het slechts reclame te zijn voor deze prachtige ideologie…….

  4. @9 : Ik let meer op het bedrag dat ik kwijt ben!
    Niet om de cassiëre te controleren maar i.v.m. het maandelijks beschikbare bedrag voor eten!

  5. Ik woon hier vlak bij een of andere toren waar een groot kruis op het dak staat, ik vraag me af of ze wel een vergunning hebben voor dat reclamebord. En eens in de zoveel tijd spelen ze ook een luide reclameboodschap af. Christendom reclame!

  6. Wat ben ik blij dat iedereen die hier gereageerd heeft, een grondige studie van de islam heeft gemaakt en exact weet waar deze voor staat. Applaus.

  7. “De moslimbevolking jaarlijks met 8,7% blijft doorgroeien en stijgt hun aandeel van krap naar 17% in 2020, 37% in 2035. De meest beangstigende cijfers komen uit West-Europa. In Nederland zal het aantal islamieten zich zelfs meer dan verdubbelen. Een laag geboortecijfer, gecombineerd met massale moslim immigratie ”

    Bewijs dit eens Adriana.

  8. Heeft huppelmutsje de klepel van Witlers gevonden maar weet ze de bel niet te vinden? Wat een ongelooflijk achterlijk stuk schrijven.

  9. Schrijver van dit stukje behoort door een psychiater onderzochjt te worden. Een duidelijk geval van paranoide psychose.

  10. Nr 22 zegt dat de schrijver van dit stukje door een psychiater onderzocht moet worden.
    Ik denk dat het merendeel van de mensen die gereageerd hebben op dit stukje van Adriana naar de psychiater moeten .
    Zij begrijpt het
    Jullie begrijpen er niets van.
    Het is gewoon de 5e colonne die er alles aan doet om ons protestant christelijke land te islamiseren.
    Echt over 25 jaar lopen onze klein en achterklein dochters ook met een hoofddoekje op en worden ze onderdrukt door hun islamitische echtgenoten die alles mogen.
    Sukkels wordt wakker.
    Het is nog niet te laat.

  11. “Echt over 25 jaar lopen onze klein en achterklein dochters ook met een hoofddoekje op en worden ze onderdrukt door hun islamitische echtgenoten die alles mogen.”

    Welnee man. Over minder dan tien jaar lopen alle Moslim meisjes in minijurkjes en een string. Laat je niet opjutten door de Grote Gechloreerde Hufter.

  12. #25, Baliganger.
    Wedden heeft geen zin, over 25 jaar ben ik 101 jaar, maar ws lig ik dan al lang onder de groene zoden.

    Ik baseer mijn mening op de gang van zaken in landen met een overwegend Islamitische bevolking. In Istanbul heb ik ruim 30 Chr kerken en 15 synagogen geteld. De Joodse gemeenschap daar, nakomelingen van de uit Spanje verdreven Joden, die in Istambul gastvrij ontvangen werden, leeft ongestoord tussen de Moslims.

    In Tanzania, waar ik een paar jaar gewoond en gewerkt heb, bestaat een ongestoorde sasmenleving tussen Moslims, Christenen en ongodsdienstigen. Ik had twee Moslim vriendinnen zonder enig bezwaar van de Moslim mannen. Ook de Moslim homogemeenschap kon zonder enig probleem hun wekelijkse bijeenkomsten in hotel Twiga houden.

    In Indonesie bestond een ongestoorde samenleving tussen de bevolkingsgroepen, totdat machtsbeluste hetzers er een eind aan wilden maken.

    Hetzelfde gebeurt thans in Europa. Zoals Hitler indertijd iedereen opzette tegen de Joden proberen neo-nazi’s en hun sympathisanten dit nu met de Moslims te doen. Bij gebrek aan werkelijke feiten zijken ze over hoofddoekjes.

  13. Schlebaum Charles,
    De islam is een haat godsdienst. Een godsdienst die een andere overtuiging niet duldt.
    Kijk maar het ophitsen door haat imans van hun gelovigen die alles wat zij schreeuwen voor zoete koek aannemen.
    Laat je niet voor de gek houden.
    Joden, christenen, hindoestanen etc kunnen prima met elkaar samen leven maar met de islam is dat niet mogelijk en ik weet zeker dat ik gelijk krijg als jouw klein en achterklein dochters straks met een hoofddoekje rondlopen dan is het telaat.

  14. #27 – Piet, verzin eens wat nieuws. De verhalen over haat-imams beginnen te vervelen. Kijk liever naar de imams die meehelpen de integratiew van Moslims te bevorderen. En kijk naar de statistiek: het aantal Moslims is te klein om binnen afzienbare tijd, bv 25 jaar, een meerderheid in NL te krijgen. Bovendien zijn de meeste Moslims in NL mensen die graag een behoorlijk bestaan opbouwen en in vrede hun godsdienst willen beleven. Het aantal fanatiekelingen die zich laten opjutten door haatimams is te klein om een reeel gevaar te vormen.

    En wat dat gezever over hoofddoekjes en burka’s betreft: dit zijn onbelangrijke neven-verschijnselen. Als je denkt dat je door het uitbannen van hoofddoekjes de Islam bestrijdt dan ben je wel erg naief. Dacht je dat een vrouw met haar hoofddoekje ook haar geloof opgeeft?

    En wat het ‘prima met elkaar samenleven van Joden en Christenen enz’: dat zien we in Israel. Fanatieke Joden vallen vrouwen aan betitelen de Christenen als honden enz, heel wat erger dan fanatieke Moslims.

  15. Om het een beetje te relativeren, hierbij de SPREUK VAN DE MAAND:

    Ik zie niets, waar is het licht?
    Ik zie zwart voor mijn gezicht.
    Ach, ach, ach, wat ben ik dom….
    Ik draag mijn Burka andersom!
    Fatima

  16. Ongeveer twee eeuwen na de tweedeling van het Romeinse rijk ontwikkelde er zich op het Arabisch schiereiland een reli-gie, welke zich eveneens op politieke macht zou richten en in omvang niet voor de christenheid zou gaan onderdoen. Ook die godsdienst verwees voor haar grondslag naar de Bijbel. De ongeletterde Arabische koopman Mohammed Ibn Ab-dallah wierp zich op, als vermeende nazaat van Ismaël de zoon van Abraham, de vernieuwende profeet te zijn van diens God (Allah Arab.). Uit de Joodse, christelijke en heidens-Ara-bische geloofsbelevingen en tradities stelde hij met religieuze voorschriften een nieuwe leer samen. Ook verklaarde hij als profeet groter te zijn dan Mozes en Jezus en wist zo gestalte te geven aan een religie met een absoluut leergezag, welke zou uitgroeien tot het huidige sektarische stelsel van de islam (onderwerping Arab.). Uit de geschiedkundige bronnen blijkt, dat in die tijd de infrastructuur van de internationale transito-handel in de regio, rond de Rode zee, grotendeels door ge-meenschappen werd beheerst, welke voornamelijk tot de de-nominaties van het judaïsme en de christenheid behoorden.

    Dit kan de Arabier Mohammed als handelaar wellicht met af-gunst hebben vervuld. (Zie de Koranvertaling, van Prof. Dr. J. H.Kramers, Uitgave 1956, Inleiding, blz. VIII. – N.B. Deze in-leiding hebben islamistische arabisten uit latere uitgaven ver-wijderd.) De sterke economische positie van de Joden was grotendeels te danken aan een doeltreffender opvoeding bin-nen het judaïsme. Zoals het van kindsbeen af leren lezen en schrijven. Maar de geestelijke weerbaarheid stoelde toch voornamelijk op een religieus gemotiveerde claim. Op grond van Gods belofte aan Abraham, in verband met het offeren van zijn zoon Isaak en van het daarna ingestelde mozaïsch wetsverbond, maakten de Joden er aanspraak op het uit-verkoren volk van God te zijn, dat onder leiding van de Mes-sias het koningschap over alle volkeren zou verwerven. Mo-zes was hun exclusieve bemiddelaar en aan hen zou, volgens de profetieën, de Messias geopenbaard worden. (Exodus 19: 3-6) Een soortgelijke motivatie beheerste toen ook de ge-loofsbeleving van hen, die tot de denominaties van de chris-tenheid behoorden. Ook zij beweerden, zij het dan in gees-telijke zin door hun geloof in de belofte, die aan Abraham was gedaan, te zijn uitverkoren. Echter met dit onderscheid, dat Jezus door hen als de reeds verschenen Messias beschouwd werd, die na het eindigen van de tijden der heidenen zou we-derkeren. Mohammed, die geconfronteerd werd met de voor-noemde religieuze opvattingen en met de leerstellige contro-versen tussen het judaïsme en de christenheid, construeerde uit beide geloofsbelevingen en die van de Arabische stam-men een eigen concept. Uitgaande van de veronderstelling, dat Abraham’s zoon Ismaël de voorvader van de Arabieren zou zijn, hoefde hij hem slechts een profetische rol toe te dichten, zoals diens halfbroer Isaak volgens de Bijbel van God had gekregen. Niet alleen om zijn volk een eigen natio-nale religieuze identiteit te geven, maar ook om voor zichzelf, als vermeende nazaat van Ismaël, de rol van profeet voor Arabieren te kunnen opeisen.
    In het judaïsme en de christenheid was men echter niet be-reid om met hem een religieus compromis te sluiten en aldus tot een herindeling van religieuze invloedssferen te komen. In het begin werd Mohammed echter vooral tegengestaan door de leiders van zijn eigen volk. Ook zij wilden hun traditionele machtsposities niet delen of zich aan hem onderwerpen. Dit had tot gevolg, dat zij de eerste tegenstanders werden waar-tegen geweld werd gebruikt, om erkenning voor zijn profeet-schap af te dwingen en de heerschappij over Mekka en Me-dina te verkrijgen. Daarna werden vooral de Joden aange-vallen en beroofd of gedood, of met hun gezinnen uit het land verdreven, of als slaven verkocht. In zijn werk Islam voor on-gelovigen, stelt de Belgische islam-deskundige Dr. Koenraad Elst, onder 2.4: Wat de ‘Sitz im Leben’ van de Koran als ge-heel betreft: Mohammed’s carrière bestond uit de stapsge-wijze vernietiging van een pluralistische, zeg maar multicultu-rele samenleving, ten voordele van een monolithisch-islamiti-sche staat. De Hezbollah, Hamas en GIA hebben [evenals Al Qaida, Taliban etc.] voor hun activiteiten het voorbeeld van de Profeet als rechtsgeldig precedent.
    In het belang van totale onderwerping van andersdenkenden aan de wil van Mohammed, heiligt de Koran het schenden van mensenrechten en het voeren van oorlogen. De islam heeft dus een politieke doelstelling. Wel heeft er in de ge-schiedenis van de christenheid dezelfde intolerantie bestaan, maar dit werd dan niet gemotiveerd door de Bijbel. Hier waren de geloofsinterpretaties van het religieuze leiderschap verant-woordelijk voor. Zoals in de Middeleeuwen voor de Kruistoch-ten, die door het religieuze leiderschap in Rome werden aan-gestuurd. Het veronderstelde bevrijden van Jeruzalem en Pa-lestina van de islam, was in wezen een religieus voorwendsel om de regio van het Oost-Romeinse rijk te destabiliseren. De oproep, om daarvoor met legers en plunderende benden door het gebied van het Oost-Romeinse rijk te trekken, was niet ingegeven door een verheven ideaal. Het was bedoeld als provocatie, waarvoor met religieuze argumenten mensen wer-den misleid. Zo werd ook veel bloed vergoten tijdens de Re-formatie, een periode in de 16e eeuw, die gekenmerkt werd door het in diverse sekten uiteenvallen van de omvangrijkste religieuze organisatie van de christenheid in Europa. Als ge-volg van de rivaliteit en de politieke betrokkenheid van de sektarische leiders, stierven toen miljoenen mensen door oor-logen, vervolgingen, hongersnoden en ziekten.
    Tegen het einde van de negentiende eeuw begon de invloed van de christenheid in de politieke arena geleidelijk wat af te brokkelen. Vooral na de Eerste Wereldoorlog kwamen de op-komende nieuwe progessieve en revolutionaire bewegingen hun aandeel in de democratisering van de politieke macht op-eisen. Dit leidde in veel landen tot politieke compromissen, waarbij de terrein verliezende religieuze stromingen voor hun achterban specifieke voorrechten via wetgeving trachtten vei-lig te stellen. In vele landen slaagde men er in een sleutel-positie in het midden van het politiek spectrum te behouden en de niet-confessionele stromingen te verhinderen om uitein-delijk tot een grondwettelijke scheiding tussen kerk en staat te komen.

    Een grondwettelijke scheiding van georganiseerde religie en staat, beoogt de afbakening van een neutraal bestuurlijk en publiek domein, waarbinnen een samenleving kan functione-ren zonder te worden belast door het afdwingen van grond-rechten voor de leer en voorschriften van religieuze stromin-gen. Deze scheiding mag echter niet het doel hebben de indi-viduele vrijheid van godsdienstbeleving te beperken, in me-ningsuiting en geweten. Het grondwettelijk recht van vrijheid van godsdienst, of wellicht beter gezegd vrijheid van levens-beschouwing, dient de private levenssfeer van individuele burgers te beschermen en niet dat van collectieve groepen. Stromingen behoren dus nimmer partij te kunnen zijn, in za-ken die de individuele vrijheden betreffen. Dit zou anders een rechtsongelijkheid scheppen ten aanzien van de rechten van het individu. Kortom, een levensbeschouwelijke of religieuze organisatie of collectief zou daarom nooit de wettelijke status mogen verkrijgen om een rechtsgeding aan te kunnen span-nen tegen een individuele burger, inzake voornoemde bur-gerlijke vrijheden. Maar omgekeerd moet dit wel kunnen. De levensbeschouwelijke stromingen of organisaties streven im-mers per definitie naar eigen regelgeving en zijn in die zin, als een staat in de staat, altijd fundamentalistisch gemotiveerd.
    De Bijbel echter wijst in dit kader, voor de verhouding tot God, op het persoonlijk geweten en de individuele verantwoorde-lijkheid. Jezus benadrukte in Mattheüs 6:5-7, dat er om hem te volgen geen organisatorische religieuze regelingen nodig zijn, maar dat een mens God dient te naderen zonder ritueel of uiterlijk vertoon en in de beslotenheid van zijn eigen huis. De Koran is in dit kader niet vergelijkbaar met de Bijbel, om-dat dit geschrift zich richt op collectieve gehoorzaamheid aan regels en plichten, maar niet op de vrijheid en de verantwoor-delijkheid van het persoonlijk geweten. In de Koran zijn on-zorgvuldig geparafraseerde delen van Bijbelverslagen opge-nomen. Hoewel de Bijbel daarvan de grondslag en enige bron zou zijn, zijn de parafrasen niet in harmonie weergegeven met de letterlijke tekst, niet met de context van tijd en gebeur-tenissen en passen die ook niet in het profetische kader van de Bijbel betreffende het plan voor de wording der mensheid.
    De incorrecte parafrasering van Bijbelteksten in de Koran, be-wijzen dat dit geschrift zelf geen oorspronkelijke historische bron is. Het moet worden aangemerkt als het geloofsgetuige-nis van één man, Mohammed, die zichzelf tot de exclusieve profeet van God uitriep en aan wiens woorden men zich on-voorwaardelijk moet onderwerpen. Omdat dit getuigenis ook geweld wettigt voor de bevordering van de denkbeelden van Mohammed, is de Koran als een dictatoriaal decreet aan te merken met een politieke doelstelling. Het geschrift legt ver-der discriminerende voorschriften op, die strijdig zijn met de universele gulden regel van de Bijbel, om mensen te behan-delen zoals men zelf behandeld zou willen worden. Ook is het strijdig met de Universele verklaring van de rechten van de mens. Een religieuze stroming met dergelijke uitgangspunten, zou in een samenleving geen aanspraak mogen kunnen doen op het recht van grondwettelijke godsdienstvrijheid. Het ge-schiedkundig verslag van de Bijbel is lang vóór de totstand-koming van de Koran gereed gekomen. De Hebreeuwse ge-schriften of het Oude Testament ruim duizend jaar en het Nieuwe Testament ruim vijfhonderd jaar. De teksten zijn in de loop van tientallen eeuwen door vele duizenden overschrij-vers zeer nauwgezet doorgegeven. Het document omvat de historie der mensheid vanaf de schepping en ook die van de Joodse natie tot in de eerste eeuw. Het is daarbij verweven met de geschiedenis en de ontwikkelingen in de wereld. De normen, die ten grondslag liggen aan de mozaïsche wet-geving, en de toelichting daarop door Jezus Christus, worden nog tot op heden als richtlijnen gerespecteerd. Zo verwoorden de laatste zes wetten van de Tien Geboden tot op heden we-reldwijd de onveranderlijke morele standaard van het mense-lijk geweten. Ondanks de veelheid van schrijvers en diversi-teit van bronnen, hebben de afzonderlijke geschriften van de Bijbel een samenhangende context, die getuigt van een en-kelvoudig auteurschap. De boeken Spreuken en Prediker bij-voorbeeld helpen een mens met raad, zonder onderscheid of discriminatie, en onthullen ter correctie diens diepst verbor-gen beweegredenen.

    Bij het vergelijken van de Koran met de Bijbel mag niet over het hoofd worden gezien, dat de Bijbel een progressief en ty-pologisch document is. De wet van het mozaïsch verbond is de standaard van volmaaktheid, waaraan alleen de Messias kon voldoen. Maar als men de mozaïsche wet met de wet-geving van andere volkeren van die tijd vergelijkt, dan valt het op hoe compleet die wetgeving was. Door de vereiste van volmaaktheid werd weliswaar in wezen, in moreel opzicht, elk mens veroordeeld, maar voor een gerechtelijk vonnis waren wel minimaal twee of drie ooggetuigen vereist. Bovendien mochten getuigen eerder geen blijk gegeven hebben van on-min, vijandigheid of haat jegens een beschuldigde. Toen, vijf-tien eeuwen na de instelling van dat verbond, de Messias de vereiste volmaakte loyaliteit tot aan zijn dood aan de dag had gelegd, was het doel van de wet bereikt en aldus de weg ge-opend voor de mensheid, de levenden en de doden, om niet-tegenstaande het formele doodsoordeel, ten gevolge van het falen van de eerste mens, alsnog leven tot onbepaalde tijd te verwerven. Men diende zich echter tot de wederkomst van de Christus aan de wetten van de wereldlijke overheden te on-derwerpen, maar wel met behoud van een goed geweten je-gens God. (Romeinen 13:1-2)

    De Koran is niet typologisch gericht op de bevrijding van de mens, voor het doel van leven op aarde tot onbepaalde tijd, waarvoor deze eerst in een juiste verhouding met God en zijn naaste moet worden gebracht. Verlost van zijn ter dood ver-oordeling en van zijn geestelijke slavernij aan zelfrechtvaar-digende menselijke gedragsvoorschriften en rituelen. De Ko-ran mist daarvoor het agape-basisprincipe voor gezonde in-termenselijke verhoudingen, dat aanmoedigt de medemens te behandelen zoals men zelf behandeld zou willen worden. Zo-als gedefinieerd in de Bijbel in 1Korinthiërs 13.
    De Bijbel is de unieke oorspronkelijke bron van het levens-verhaal van Abraham. Mohammed heeft dit vierduizend jaar oude verslag aangepast, door personen in het drama te ver-wisselen. Hoewel Soerah 6:92 en 10:37-39 getuigen, dat zijn geschriften een bevestiging zijn van de geschriften van Mo-zes, is er in werkelijkheid maar weinig tekst mee in overeen-stemming. Ook van de logische samenhang van de wetge-ving van Mozes is in de Koran weinig terug te vinden. Van de Bijbel zijn, zonder chronologisch kader en geografische ver-wijzingen, verhalen gebruikt, waarbij ook de context niet in acht is genomen. Omdat de Koran alleen mag worden ge-lezen of uit het hoofd mag worden geleerd, maar niet ter dis-cussie mag worden gesteld of in twijfel worden getrokken, is binnen de geloofsbeleving van de islam een discussie over de tekst uitgesloten. De shariah wordt door velen vaak ten on-rechte gezien als een aan de Koran ontleende wetgeving voor de islam. Omdat de wetten en de regelgeving van de Koran niet alle maatschappelijke en morele betrekkingen tussen mensen afdekken, hebben geestelijke leiders in de loop der eeuwen dit gebrek met eigen opvattingen aangevuld. Dit ge-heel van aanvullende voorschriften vormt nu de zogenoemde shariah, welke bij invoering in een gemeenschap, als gevolg van het politieke engagement van de islamleer, de absolute macht in handen zou leggen van de geestelijkheid. De shari-ah is ook geen document, dat in alle islamitische stromingen dezelfde interpretaties bevat en is dan ook te vergelijken met de regelingen en tradities van de Talmoed voor het judaïsme en de geloofsbelijdenissen en kerkwetten voor de verschillen-de denominaties van de christenheid. Omdat men steeds meer gaat beseffen, dat de geestelijkheid bij invoering van de shariah zowel de geestelijke als de politieke macht in handen krijgt, is er bij vele mensen in de islamitische landen weinig in-teresse voor een dergelijke religieuze dictatuur. Toch trachten fundamentalistische geestelijken tegenwoordig het tij te ke-ren, met gebruikmaking van onvrede over politieke, sociale en economische misstanden. In het algemeen kenden Moham-med’s volksgenoten eertijds de Bijbel niet en konden daarom zijn verhalen over Bijbelse personages en hun geschiedenis niet toetsen. Zij onderwierpen zich, al of niet met dwang, zon-der enig wettelijk kader of controleerbaar feit, aan de eigen-machtige eisen van één mens, Mohammed Ibn Abdallah. Zo leerden zij ook alleen Mohammed’s versie kennen van Abra-ham’s poging om zijn zoon te offeren. Mohammed gaf in Abraham’s levensverhaal, diens zoon Ismaël de rol van Isaak en claimde op die grond, als vermeende nakomeling van Ismaël, de ware profeet voor de Arabieren te zijn en als laat-ste ook de grootste. Het verwisselen van die namen, wordt in de Koran, in Soerah 37:102-113 van de Ahmadiyya vertaling, als volgt weergegeven:

    Dan gaven Wij [God of Allah (Arab.)] hem [Abraham] de blijde tijding van een verdraagzame zoon. En toen deze de knapen-leeftijd bereikte, zeide hij: O mijn lieve zoon, ik heb in een droom gezien, dat ik u heb te offeren. Zie, wat zegt gij daar-van? Deze antwoordde: O mijn vader doe zoals u bevolen is, gij zult mij, indien Allah het wil, zeker geduldig vinden. En toen zij zich beiden aan (Gods bevel) hadden onderworpen, en hij hem (*) plat op zijn voorhoofd had gelegd, riepen Wij hem toe: O Abraham, gij hebt de droom reeds vervuld. Zo be-lonen Wij inderdaad degenen, die goed doen. Dit was voor-zeker een grote beproeving. En Wij verlosten hem door een groot offer. En Wij lieten voor hem onder de komende ge-slachten: Vrede zij Abraham. Zo belonen Wij hen die goed doen. Voorwaar hij was een Onzer gelovige dienaren. Wij gaven hem het blijde nieuws van Isaak.
    (*) Ismaël, zie de voetnoot in de Ahmadiyya Koranvertaling.

    Om die verwisseling van personen in de Koran, in de geest van volgelingen te prenten, werd de gebeurtenis van Abra-ham’s offer als een ritueel hoogtepunt in de voorschriften van de islam opgenomen, in het zogenoemde offerfeest. Het Bij-belverslag vermeldt in Genesis 22 echter niet dat Abraham een opdracht kreeg, om zijn zoon Ismaël te offeren, die uit de Egyptische slavin Hagar was geboren, maar zijn zoon Isaak, die door zijn vrouw Sara was gebaard. Dit is ook logisch, om-dat Ismaël en zijn moeder op dat tijdstip al vele jaren niet meer tot Abraham’s nomadengroep behoorden. Zij hadden zich, volgens Genesis 21, in de woestijn van Paran gevestigd. Het oorspronkelijke verslag in Genesis 22:9-18 luidt:

    Toen zij aan de plaats, die God genoemd had, gekomen wa-ren, bouwde Abraham daar een altaar, schikte het hout, bond zijn zoon Isaak en legde hem op het altaar boven op het hout. Daarop strekte Abraham zijn hand uit en nam het mes om zijn zoon te slachten. Maar de Engel van JHWH riep tot hem van den hemel en zeide: Abraham, Abraham! En Hij zeide: Strek uw hand niet uit naar de jongen en doe hem niets, want nu weet Ik, dat gij godvrezend zijt, en uw zoon, uw enigen Mij niet hebt onthouden. Toen sloeg Abraham zijn ogen op en daar zag hij een ram achter zich, met zijn horens verward in het struikgewas. En Abraham ging en nam den ram en offerde hem ten brandoffer in plaats van zijn zoon. En Abraham noem-de die plaats: JHWH zal er in voorzien; waarom nog heden gezegd wordt: Op den berg van JHWH zal er in voorzien wor-den. Toen riep de Engel van JHWH ten tweede male van den hemel tot Abraham en zeide: Ik zweer bij Mijzelf, luidt het woord van JHWH: omdat gij dit gedaan hebt, en uw zoon, uw enigen, Mij niet onthouden hebt, zal Ik u rijkelijk zegenen en uw nageslacht zeer talrijk maken, als de sterren des hemels en als het zand aan de oever der zee, en uw nageslacht zal de poort zijner vijanden in bezit nemen. En met uw nageslacht zullen alle volken der aarde gezegend worden, omdat gij naar mijn stem gehoord hebt.

    Abraham’s poging Isaak te offeren is in de context van het Oude en het Nieuwe Testament een typologie van Gods plan, wat betreft de vereiste loyaliteit en het geloofsvertrouwen van de beloofde Messias en van de waarde van diens slachtoffer voor de mensheid. Ismaël speelt daarin geen rol. In het Nieu-we Testament wordt dan nog wel eenmalig het leven van Isaak en zijn moeder Sara gebruikt als metafoor voor geeste-lijke vrijheid en dat van Ismaël en zijn moeder Hagar als me-tafoor voor geestelijke slavernij. (Galaten 4:21-31) Moham-med had duidelijk geen begrip van de typologie van die ge-beurtenis in relatie tot het optreden van de Messias en be-greep ook niet, dat de Bijbel geen handboek is voor de orga-nisatie van een politiek-religieus collectief. Het is de tekst van een verbond voor een koninkrijk, voor een bepaald aantal door God aan te wijzen en te toetsen personen, die na het einde van de oude wereldorde duizend jaar met de Christus in het geestenrijk over de aarde zullen regeren. Dit document heeft daarvoor geen politieke agenda en wijst, voor de reali-satie van het toekomstige koninkrijk der hemelen, religieuze organisatie als een bedrieglijk en manipulerend fenomeen van de hand. (Vergelijk Lukas 4:1-8) (Johannes 18:33-37) De onzorgvuldige parafrases in de Koran van Bijbelteksten en het compromisloze karakter van de diverse polemieken, met politieke claims, bieden de mensheid maar weinig zicht op een vreedzame coëxistentie, van de islam met andere stro-mingen in de wereld. De Nederlandse Gereformeerde theo-loog J. Stomp legde in 1999 nog een religieus voorstel op ta-fel, waarin hij een praktische oplossing aandroeg om met de islam tot een dialoog te komen. Met een compromis, zoals eertijds Constantijn de Grote voor ogen had gestaan, meende hij, dat samenwerking tussen de invloedssferen van het ju-daïsme en de christenheid met die van de islam mogelijk zou zijn, als men in het judaïsme en de christenheid Mohammed zou erkennen als profeet van God onder dezelfde definitie als die voor Bijbelse profeten. Dit idee kreeg weinig bijval, maar het blijkt wel dat er in de christenheid nog steeds een bereid-heid is om uit eigenbelang de waarheid van de Bijbel geweld aan te doen.

    Zoals het judaïsme en de christenheid na de eerste eeuw, met eigen interpretaties van de Bijbel en het opleggen van re-gels, leer en tradities, mensen hebben bedrogen, zo draagt ook de islam, naast haar politieke doelstelling, deze smet. Het is op grond hiervan duidelijk, dat in de samenleving georga-niseerde religie, wat grondwettelijke vrijheid van godsdienst of van levensbeschouwing betreft, nooit een extra beschermde rechtspositie zou mogen kunnen claimen, om religieuze voor-rechten te verkrijgen. Dit ter vermijding van confrontaties en voor het behoud van een neutraal bestuurlijk en publiek do-mein. Zo heeft een mens een eigen geweten, welke bepalend is voor zijn keuzes en leefwijze. Bij de keuze om lid te zijn van, of ondersteuning te geven aan, een organisatie wordt de vrijheid van het geweten ondergeschikt aan het uitgangspunt, het statuut of de besluitvorming van een collectief. Dit heeft tot gevolg, dat georganiseerde religie langs deze weg, met daarvoor oneigenlijke maatschappelijke of religieuze doelstel-lingen, het neutrale bestuurlijke en publieke domein kan be-treden. Dan zou een religieuze organisatie dezelfde rechten kunnen ontlenen aan een grondwettelijke vrijheid van gods- dienst, die echter het gedachtegoed van de individuele burger betreft. Zo moet deze de vrijheid van keuze hebben om zijn eigen kinderen op te voeden naar zijn levensbeschouwelijke voorkeur. Maar bij een grondwettelijke scheiding van kerk en staat kan aan de organisatie, die slechts het onderwijs ver-zorgt, daarvoor geen extra voorrechten worden gegeven, die uitgaan boven die van een openbare instelling. Vrijheid van godsdienst dient immers het geweten van individuele burgers te beschermen in een strikt neutraal bestuurlijk en publiek domein. Een religieuze onderwijsinstelling is in dat kader dan slechts als een zakelijke dienstverlener aan te merken en ge-lijk te stellen aan een vennootschap of stichting, waarvoor een zakelijk recht geldt. Er bestaat immers niet zoiets als een groepsgeweten.

    Tegenstrijdige Koranteksten (Ahmadiyya vertaling)

    A – In Soerah 73:11 staat voorgeschreven geduldig met te-genstanders te zijn: Verdraag met geduld alles wat zij zeggen en verlaat hen op gepaste wijze. Soerah 2: 257: Er is geen dwang in de godsdienst. Maar in Soerah 2:192: En doodt hen, waar gij hen ook ontmoet en drijft hen uit, vanwaar zij u hebben uitgedreven; want vervolging is erger dan doden, en in Soerah 2:194: En bestrijdt hen, totdat er geen vervolging meer is en de godsdienst alleen voor Allah wordt, en in Soe-rah 2:258: Maar de vrienden der ongelovigen zijn de duivelen, dezen zijn de bewoners voor het vuur.
    B – In Soerah 29:47 staat voorgeschreven met Joden en christenen te argumenteren: En twist met de mensen van het Boek [Joden en christenen.] slechts op de goede wijze – en onze God en uw God is één en aan Hem onderwerpen wij ons. Maar in Soerah 9:30 en 38,39 staat, dat Allah Joden en christenen vervloekt en dat moslims hen naar Allah’s leer moeten bestrijden: En de joden zeggen: Ezra is de zoon van Allah, en de christenen zeggen: De Messias is de zoon van Allah. Dit is hetgeen zij met hun mond zeggen. Zij spreken de woorden na van degenen die vóór hen ongelovig waren; Allah’s vloek zij over hen, hoe zijn zij afgekeerd! – O, gij, die gelooft, waarom buigt gij ter aarde wanneer er tot u wordt ge-zegd: Gaat op de weg van Allah voort! Zijt gij met het tegen-woordige leven tevreden boven het Hiernamaals? – Als gij niet voortgaat te vechten zal Hij u met een pijnlijke straf straffen en zal Hij een ander volk in uw plaats stellen en gij zult Hem in het geheel niet deren.
    Koranteksten, die strijdig zijn met de ‘Universele verklaring van de rechten van de mens’:

    1e – Mannen zijn superieur aan vrouwen: En voor haar geldt hetzelfde als tegen haar, hetgeen billijk is, de mannen hebben voorrang boven haar. Allah is Machtig, Alwijs. (Soerah 2:229)

    2e – Vrouwen hebben als getuigen bij de rechtspraak en in het erfrecht de helft van de rechten van mannen: En roept onder uw mannen twee getuigen en als er geen twee mannen zijn, dan één man en twee vrouwen. – Allah gebiedt u aan-gaande uw kinderen: voor het mannelijk kind evenveel als het deel van twee vrouwelijke kinderen. (Soerah 2:283 en 4:12)

    3e – Een man is gerechtigd zijn vrouw bij het vermanen te tuchtigen: En degenen, van wie gij ongehoorzaamheid vreest, wijst haar terecht en laat haar in haar bedden alleen en tuch-tigt haar. (Soerah 4:35)

    De onder 1 tot 3 genoemde Koranteksten zijn strijdig met de Artikelen 1, 3 en 7:
    (Art.1) Alle mensen worden vrij en gelijk in waardigheid ge-boren. Zij zijn begiftigd met verstand en geweten, en behoren zich jegens elkander in een geest van broederschap te ge-dragen. (Art.3) Een ieder heeft recht op leven, vrijheid en onschendbaarheid van zijn persoon. (Art.7) Allen zijn gelijk voor de wet en hebben zonder onderscheid aanspraak op ge-lijke bescherming door de wet. Allen hebben aanspraak op gelijke bescherming tegen achterstelling in strijd met deze Verklaring en tegen iedere ophitsing tot een dergelijke achter-stelling.

    4e – Een vrouw is onderworpen aan het libido van haar man: Uw vrouwen zijn een akker voor u – komt daarom tot uw akker, zoals het u behaagt en doet goed voor uzelf en vreest Allah. (Soerah 2:224)

    De onder 4 genoemde Korantekst is strijdig met de Artikelen 3, 4, 12 en 16:
    (Art.3) Een ieder heeft recht op leven, vrijheid en onschend-baarheid. (Art.4) Niemand zal in slavernij of horigheid gehou-den worden. Slavernij en slavenhandel in iedere vorm zijn verboden. (Art.12) Niemand zal onderworpen worden aan wil-lekeurige inmenging in zijn persoonlijke aangelegenheden, in zijn gezin, zijn tehuis of zijn briefwisseling, noch enige aan-tasting van zijn eer of goede naam. Tegen een dergelijke in-menging of aantasting heeft een ieder recht op bescherming door de wet. (Art.16) Zonder enige beperking op grond van ras, nationaliteit of godsdienst, hebben mannen en vrouwen van huwbare leeftijd het recht te huwen en een gezin te stich-ten. Zij hebben gelijke rechten wat het huwelijk betreft, tijdens het huwelijk en bij de ontbinding ervan. Het huwelijk kan slechts worden gesloten met de vrije en volledige toestem-ming van de aanstaande echtgenoten.

    5e – Moslims moeten strijden tegen hen die de islam niet aan-vaarden, totdat ze zich onderwerpen: Bestrijdt diegenen on-der de mensen van het Boek, die in Allah noch in de laatste Dag geloven en noch voor onwettig houden wat Allah en Zijn boodschapper verboden hebben verklaard, noch de ware godsdienst belijden totdat zij de belasting met eigen hand be-talen, terwijl zij onderdanig zijn. (Soerah 9:29)
    6e – Een moslim mag geen vrienden hebben uit het judaïsme of de christenheid: O, gij die gelooft, neemt de Joden en de Christenen niet tot vrienden. – En wie uwer hen tot vrienden neemt, is inderdaad één hunner. (Soerah 5:52)
    7e – Afvalligen bestrijden: Maar indien zij na hun verbond hun eden breken en uw godsdienst smaden, bestrijdt dan de lei-ders van het ongeloof. (Soerah 9:12)

    De onder 5 tot 7 genoemde Koranteksten zijn strijdig met de Artikelen 18, 19 en 20:
    (Art.18) Een ieder heeft recht op vrijheid van gedachte, ge-weten en godsdienst; dit recht omvat tevens de vrijheid om van godsdienst of overtuiging te veranderen, alsmede de vrij-heid hetzij alleen, hetzij met anderen zowel in het openbaar als in zijn particulier leven zijn godsdienst of overtuiging te belijden door het onderwijzen ervan, door praktische toepassing, door eredienst en de inachtneming van de geboden en voorschrif-ten. (Art.19) Een ieder heeft recht op vrijheid van mening en meningsuiting. Dit recht omvat de vrijheid om zonder inmen-ging een mening te koesteren en om door alle middelen en on-geacht grenzen inlichtingen en denkbeelden op te sporen, te ontvangen en door te geven. (Art.20) Een ieder heeft recht op vrijheid van vreedzame vereniging en vergadering. Niemand mag worden gedwongen om tot een vereniging te behoren.

    8e – Dieven moeten worden geamputeerd: En snijdt de dief en de dievegge de hand af, als straf voor wat zij misdeden, een voorbeeldige straf van Allah. (Soerah 5:39)
    9e – Overspeligen moeten in het openbaar gegeseld worden: Geselt iedere echtbreekster en echtbreker met honderd sla-gen.- En laat een groep gelovigen getuige zijn van hun bestraf-fing. (Soerah 24:3)
    10e – Wie de islam bestrijdt verdient de doodstraf of het af-hakken van handen en voeten: De vergelding dergenen, die oorlog tegen Allah en Zijn boodschappers voeren en er naar streven wanorde in het land te scheppen, is slechts, dat zij gedood worden of gekruisigd, of dat hun handen en hun voe-ten, de ene rechts en de andere links, worden afgesneden, of dat zij het land worden uitgezet. (Soerah 5:34)

    Door onder 8 tot 10 genoemde Koranteksten zijn strijdig met Artikel 5:
    (Art.5) Niemand zal onderworpen worden aan folteringen, noch aan een wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing.

    Opmerking:

    Bij de hierboven aangehaalde Koranverzen is geen rekening gehouden met abrogatie. In de Koran komen tegenstrijdige wetten of openbaringen voor. Als dit zich in een zaak zou voor-doen, dan wordt dit in de islam met abrogatie opgelost. De oudste wet of uitspraak wordt dan ondergeschikt geacht aan de laatste. (Soerah 2:106) De Koran, die over ongeveer drie en twintig jaar profeetschap van Mohammed verslag doet, heeft weinig chronologisch verband en daardoor is een juiste abrogatie moeilijk vast te stellen. Het door omstandigheden verouderen van een wet, wordt in een democratisch staats-bestel gewoonlijk hersteld door intrekking of wijziging. Bij de Koran is dat anders. Mohammed heeft in korte tijd vele tegen-strijdige uitspraken gedaan, die meestal in relatie stonden met toevallige gebeurtenissen of situaties. Van wijziging van wet-ten of uitspraken, op grond van toevalligheden, is in de Bijbel geen sprake. Het principe van de mozaïsche wet is van eeu- wige waarde en gegeven om de mens inzicht te geven in de standaard van de volmaakte liefde. Hieraan moest de Messias voldoen om Gods naam, als schepper van de mens, te recht-vaardigen of te heiligen en het recht op eeuwig leven te ver-werven. Vanaf het moment van het sluiten van het mozaïsch verbond, als contract met Israël, tot aan de wederkomst van de Messias, in zijn koninkrijk, is de wet de onveranderlijke typologie van de werkelijkheid. (Hebreeën 10:1) Jezus beves-tigde de eeuwigheidswaarde in Mattheüs 7:12 en Lukas 16:17: Alles nu wat gij wilt, dat u mensen doen, doet gij hun ook al-dus: want dit is [de betekenis van] de wet en de profeten. – Gemakkelijker zouden hemel en aarde vergaan, dan dat van de wet één tittel zou vallen.

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *